Historie van kabelnetwerken


"Er was eens een radio en televisie winkel  in de verenigde staten in een middelgrote stad die bijzonder weinig klandizie had. Dit kwam omdat het fraaie stadje gelegen was in een bergkloof en er zodoende weinig tot geen ontvangst mogelijk was van radio en TV signalen met behulp van antennes. Om dit te veranderen  besloot de eigenaar van de winkel  om een antenne t e plaatsen op een hoog punt buiten de stad. Met behulp van coaxkabel werden de ontvangen signalen naar de bergkloof gebracht. Klanten die een radio of televisie bij hem kochten kregen een aan sluiting op het coaxkabel netwerk."

Bovenstaande verhaal zou de oorsprong kunnen zijn van het glasvezel coax netwerk zoals wij dat nu kennen. In Nederland is het allemaal iets anders verlopen.

We moeten terug naar het jaar 1924, waarin in de Zaanstreek een radio distributie netwerk werd geïntroduceerd. Dit kreeg een vervolg bij de toenmalige PTT die rond 1940 in een gebied rond de randstad vier draadgebonden radiokanalen exploiteerde. In oude huizen in de randstad zie je soms nog de bakelieten schakelaar waarmee een keuze gemaakt kon worden tussen de aangeboden kanalen.

Rond 1953 wordt in de “Telegraaf- en Telefoonwet vastgesteld dat PTT het exclusieve recht heeft om radio en televisie distributienetwerken te bouwen en te exploiteren. Rond 1965 besluit de toenmalige regering om een nationaal Centrale Antenne Systeem (CAS) te bouwen en exploiteren met de levering van 6 televisie en 16 radio kanalen.

Vanaf 1969 is het bouwen en exploiteren van radio en televisie netwerken geen exclusief recht meer van de PTT. Vanaf die tijd zijn het vooral gemeentes die eigen kabeldistributienetwerken bouwen, in de volksmond Centrale of Gemeenschappelijke Antenne Installaties (CAI of GAI) genoemd. De bouw en exploitatie van deze kabelnetwerken wordt door deze gemeentes voornamelijk bij de bestaande nutsbedrijven belegd. Om wildgroei in aanleg en componentengebruik tegen te gaan schrijft de PTT in 1979 technische eisen voor CAI netwerken. Deze technische eisen zijn op hoofdlijnen nog steeds de basis is van ons huidige kabelnetwerk. Met de netwerken die  werden gebouwd volgens de PTT technische eisen konden  30 radio en televisie  kanalen worden gedistribueerd.

In de jaren 80 zien we een toename van het radio en televisie aanbod door het ontstaan van commerciële zenders, waardoor de vraag naar een aansluiting op het kabelnetwerk toeneemt. In de jaren 90 wordt aan de bedrijven met een eigen infrastructuur (kabel, nuts en spoorweg bedrijven) gevraagd om de concurrentie aan te gaan met de bestaande telecombedrijven.

Om naast de distributie van de radio en televisie signalen ook (interactieve) telecommunicatiediensten aan te bieden wordt het coax distributienetwerk in snel tempo verglaasd. Het laatste gedeelte van het distributie netwerk blijft in coaxkabel techniek gehandhaafd.  Door het retour geschikt maken van de versterkers in het  coaxnetwerk kunnen interactieve diensten aan televisie en radio klanten worden aangeboden. Daarmee is de concurrentie met de bestaande telecommunicatie bedrijven een feit geworden.